Plan over de Maas

Door de winning van minimaal 15 miljoen ton industriezand ontstaat uiteindelijk een afwisselend gebied met droge en natte natuurwaarden en met enkele grotere wateroppervlakken. Er wordt ca. 205 ha nieuwe natuur gerealiseerd. Zodat aan beide hoofddoelstellingen van het project ruimschoots wordt voldaan. De agrarische functie komt in het gehele projectgebied te vervallen. Bij het ontwerp van het plan is zoveel mogelijk rekening gehouden met nog aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Restspecie die uit het gebied zelf afkomstig is en niet geschikt is om als industriezand, grind of keramische klei te worden vermarkt, wordt gebruikt om de oevers van de plas te verondiepen, waardoor over een grote lengte aaneengesloten moeras- en oeverzones ontstaan.

Moleneindsche Waard

In de Moleneindsche Waard wordt één plas gemaakt. Deze krijgt, door middel van een vaste uitstroomdrempel benedenstrooms, een peil dat enkele meters lager ligt dan het naastgelegen peil in het stuwpand van de Maas, waardoor de kwelstroom die nu vanaf de Maas richting de polder loopt wordt afgevangen in de plas. De plas zal zich voeden met water dat een bodempassage heeft afgelegd. Daardoor zal er een helder watermilieu ontstaan dat uitermate geschikt is voor planten en dieren. Ook is gedacht aan de aanleg van enkele extensieve recreatieve elementen zoals een doorgaand fietspad, een kleine natuurschaatsbaan en wandelroutes. De randzones bestaan vrijwel volledig uit droge graslanden, natte ruigte en moeras- en rietvegetatie. De plas in de Moleneindsche Waard voert zijn overtollige (kwel)water af door middel van een oeverstroom die wordt aangelegd door een verlaagd deel van de uiterwaard richting de tweede plas beneden de stuw.

Over de Maas

Deze grotere plas staat aan twee zijden in open verbinding met de Maas en heeft hetzelfde peil als het benedenstrooms van de stuw gelegen deel van deze rivier. Deze open verbindingen zijn van groot belang om gebruik te kunnen maken van de aanwezige eb en vloed, die hier nog merkbaar is. De dynamiek van de getijdenwerking is vanuit het perspectief van natuurontwikkeling van groot belang. Allerlei planten en dieren profiteren van de verschillen tussen nat en droog die bij een uitgekiend ontwerp gaan ontstaan in uitgestrekte delen van het gebied. Er is gekozen voor een extra aansluiting op de Maas om de verversing van water in de grote plas door middel van getijdenwerking verder te optimaliseren. Deze vormt samen met de uitloop van de plas in de Moleneindsche Waard een soort oevergeul die middels duikers de Veerweg kruist. De hoogteligging van de Veerweg zelf wordt niet gewijzigd zodat de bereikbaarheid van de veerpont niet verandert. De randzones bestaan vrijwel volledig uit droge graslanden, natte ruigte, moeras- en rietvegetatie en zachthoutooibos.

Fort Nassau

In het gedeelte van het plangebied nabij Fort Nassau zal het huidige Gat van Van Deursen weer als een afgesloten plasje worden opgeleverd. Bij de herinrichting zal de aandacht worden gevestigd op de herkenbaarheid van de voormalige natte verbinding die hier heeft gelegen tussen Waal en Maas. Ook in het gebied rond de grote plas is aandacht geschonken aan extensief recreatief gebruik door wandelaars door middel van de aanleg van wandelpaden en struinroutes met een beperkt aantal toegangen vanaf de dijk, waarbij voldoende afstand ten opzichte van de huidige buitendijkse woningen is gehouden. Ook is aansluiting gezocht bij bestaande routes zoals deze bijvoorbeeld zijn uitgezet op Fort Nassau. Daarnaast is gedacht aan een vogelkijkhut en aan een hoogwatervluchtplaats voor grote grazers. Gebruik van de plassen door de watersport is niet toegestaan. De randzones bestaan vrijwel volledig uit droge graslanden, natte ruigte, moeras- en rietvegetatie en zachthoutooibos.

Beheer

In de toekomst wordt het gebied duurzaam beheerd met grote grazers. Hiertoe is een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen Over de Maas CV, gemeente West Maas & Waal, Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat en RVOB. Gemeente West Maas & Waal verkrijgt het eigendom na afronding van de werkzaamheden en Natuurmonumenten zal, eventueel samen met lokale natuurbeheerders, het feitelijke natuurbeheer voor haar rekening nemen. Direct na start van de uitvoering is op enkele plaatsen in de randzones al de eindinrichting gerealiseerd in overleg met omwonenden en de beheerder. Lopende de uitvoering zal steeds een groter gebied worden ingericht en opgeleverd.